EuropaPortaal

EuropaPortaal › Dossiers

Toekomst van Europa: van de Europese Conventie tot nu

De Europese Conventie, de Grondwet, het Nederlandse nee van 2005, het Verdrag van Lissabon en het debat over hervorming van de EU, uitgelegd tot 2026.

In het kort: in 2002 en 2003 schreef een groep van 105 politici, de Europese Conventie, een ontwerp voor een Grondwet voor Europa. Nederland en Frankrijk stemden die Grondwet in 2005 weg, maar het meeste ervan kwam in 2009 alsnog terug in het Verdrag van Lissabon. Nu, in 2026, gaat het debat over de vraag hoe de EU moet veranderen voordat er nieuwe landen bij komen.

Op dit adres stond in 2002 en 2003 het dossier ‘Toekomst Europa’. Dat volgde de Europese Conventie van week tot week. Deze pagina vertelt het hele verhaal, van toen tot nu.

Waarom er een Conventie kwam

Rond 2000 stond de EU voor een grote stap. Er zouden in één keer tien nieuwe landen bij komen (lees meer in het dossier uitbreiding). De regels van de EU waren gemaakt voor zes landen en daarna steeds opgelapt. Veel mensen vonden de EU ingewikkeld en ver weg.

In december 2001 kwamen de regeringsleiders bijeen in Laken, bij Brussel. Daar namen ze de Verklaring van Laken aan. Die stelde vier vragen (Europees Parlement, factsheet):

  • Wie gaat waarover: wat doet de EU en wat doen de landen zelf?
  • Kunnen de regels en verdragen eenvoudiger?
  • Hoe wordt de EU democratischer, opener en beter werkend?
  • Komt er een grondwet voor de burgers van Europa?

Om die vragen te beantwoorden, richtten ze een Conventie op: een grote vergadering die een voorstel moest schrijven.

Wat was de Europese Conventie?

De Conventie kwam op 28 februari 2002 voor het eerst bijeen (Eerste Kamer). Voorzitter was de Franse oud-president Valéry Giscard d’Estaing. Zijn twee vicevoorzitters waren de Italiaan Giuliano Amato en de Belg Jean-Luc Dehaene.

Het bijzondere was wie er aan tafel zaten. Vroeger schreven alleen diplomaten en ministers de Europese verdragen, achter gesloten deuren. In de Conventie zaten 105 leden (Europees Parlement, factsheet):

  • per lidstaat één vertegenwoordiger van de regering en twee leden van het nationale parlement;
  • 16 leden van het Europees Parlement en 2 leden van de Europese Commissie;
  • vertegenwoordigers van regeringen en parlementen van de kandidaat-lidstaten. Die praatten op gelijke voet mee, maar konden een besluit van de lidstaten niet tegenhouden.

De Conventie werkte in drie fasen. Eerst luisteren: wat willen landen en burgers? Daarna de ideeën bestuderen, onder meer in elf werkgroepen. Tot slot alles omzetten in een tekst.

Wie zaten er namens Nederland in?

Nederland had drie vaste leden, elk met een plaatsvervanger (Eerste Kamer):

NamensLidPlaatsvervanger
RegeringHans van Mierlo, vanaf oktober 2002 Gijs de VriesThom de Bruijn
Eerste KamerRené van der LindenWim van Eekelen
Tweede KamerFrans TimmermansJan Jacob van Dijk (vanaf september 2002, na Hans van Baalen)

Wat kwam eruit?

De Conventie schreef een ontwerp-Grondwet in vier delen. Op 20 juni 2003 gingen de eerste twee delen naar de regeringsleiders in Thessaloniki. Deel II was het Handvest van de grondrechten, een lijst met rechten van burgers. Op 18 juli 2003 volgde de rest (Europees Parlement, factsheet).

De regeringen pasten de tekst daarna nog flink aan. Op 29 oktober 2004 tekenden de 25 lidstaten in Rome het Verdrag tot vaststelling van een Grondwet voor Europa (CVCE). Elk land moest het verdrag nog goedkeuren.

Het Nederlandse nee van 2005

Op 29 mei 2005 stemden de Fransen in een referendum tegen de Grondwet. Drie dagen later, op 1 juni 2005, deed Nederland hetzelfde. Het was het eerste landelijke referendum in Nederland. De opkomst was 63,3 procent. Van de stemmers was 61,5 procent tegen en 38,5 procent voor (Parlement.com).

Het was een raadplegend referendum: de uitslag was niet bindend. Toch respecteerde het kabinet-Balkenende II de uitslag en trok het de goedkeuringswet in. Na het nee in Frankrijk en Nederland werd de goedkeuring in de hele EU stilgelegd.

Het Verdrag van Lissabon (2009)

De regeringen gingen opnieuw aan tafel. Het woord ‘grondwet’ verdween, net als de vlag en het volkslied in de verdragstekst. Er kwam geen nieuwe tekst die alles verving. In plaats daarvan pasten de landen de bestaande verdragen aan. De inhoud bleef volgens het Europees Parlement grotendeels gelijk (Europees Parlement, factsheet Lissabon).

Het Verdrag van Lissabon werd op 13 december 2007 getekend en ging op 1 december 2009 in (Europees Parlement). In Nederland was er geen referendum: de Eerste Kamer stemde op 8 juli 2008 in (Eerste Kamer, wetsvoorstel 31384).

Wat veranderde er? Een paar voorbeelden:

  • De Europese Raad kreeg een vaste voorzitter voor tweeënhalf jaar, in plaats van een land dat elk half jaar wisselt.
  • Een ‘gekwalificeerde meerderheid’ werd eenvoudiger. Een besluit gaat door als 55 procent van de landen voor is en die landen samen 65 procent van de EU-bevolking hebben.
  • Het Europees Parlement mag over veel meer onderwerpen meebeslissen.
  • Eén miljoen burgers uit minstens zeven landen kunnen de Commissie vragen een wet voor te stellen.
  • Er kwam voor het eerst een regel voor het verlaten van de EU. Het Verenigd Koninkrijk gebruikte die later voor de Brexit.

De Conferentie over de toekomst van Europa (2021-2022)

Van 9 mei 2021 tot 9 mei 2022 hield de EU opnieuw een groot gesprek over haar toekomst. Dit keer praatten ook gewone burgers mee. Zo werden 800 willekeurig gekozen Europeanen verdeeld over vier burgerpanels, en kon iedereen ideeën insturen via een website (Europees Parlement, EPRS). Het eindverslag bevatte 49 voorstellen met 326 concrete maatregelen, verdeeld over negen thema’s (Raad van de EU). Een deel daarvan zou een verdragswijziging nodig hebben. Het Europees Parlement deed op 22 november 2023 voorstellen voor zo’n wijziging.

Het debat nu: eerst hervormen, dan uitbreiden?

Er staan negen kandidaat-lidstaten klaar. Met Montenegro wordt in oktober 2026 al aan een toetredingsverdrag gewerkt. Met 30 of meer landen wordt besluiten lastiger, zeker als alle landen het eens moeten zijn. Bij unanimiteit kan één land alles tegenhouden. Dat heet een veto.

De Europese Commissie zei op 6 oktober 2026 in de mededeling ‘Preparing for a wider Union’ dat een grotere EU kan werken binnen de huidige verdragen. Wel moeten er volgens de Commissie meer besluiten met meerderheid worden genomen, bijvoorbeeld over sancties en belastingfraude. De verdragen hebben daar al een opening voor: met zogeheten passerelle-clausules (overstapregels) kunnen de landen samen afspreken om bij een onderwerp van unanimiteit naar meerderheid te gaan. Daarvoor moeten ze wel eerst allemaal instemmen. De Commissie stelt ook voor om tussenstappen in toetredingsgesprekken met meerderheid te nemen (Europese Commissie, COM(2026) 705).

Op 16 oktober 2026 namen de regeringsleiders kennis van die plannen. Ze vroegen de Raad om alles te bestuderen (Europese Raad, conclusies).

Het Nederlandse kabinet wil de EU eerst klaarmaken voor uitbreiding (Kamerbrief 9 juni 2026). Het wil op termijn meer meerderheidsbesluiten in het buitenlands beleid. Maar bij belangrijke besluiten over nieuwe leden wil Nederland unanimiteit houden. Voor een nieuwe verdragswijziging is volgens het kabinet nu te weinig steun onder de lidstaten. Het kabinet opperde ook om het veto van nieuwe lidstaten een tijd te beperken, bijvoorbeeld bij uitbreiding en de meerjarenbegroting.

Tijdlijn

JaarWat gebeurde er
2001Verklaring van Laken (december): besluit tot een Conventie
2002De Europese Conventie begint (28 februari)
2003De Conventie levert een ontwerp-Grondwet in (juni en juli)
200425 lidstaten tekenen de Grondwet in Rome (29 oktober)
2005Frankrijk (29 mei) en Nederland (1 juni) stemmen tegen
2007Het Verdrag van Lissabon wordt getekend (13 december)
2009Het Verdrag van Lissabon gaat in (1 december)
2021-2022Conferentie over de toekomst van Europa
2026Commissie: ‘Preparing for a wider Union’ (6 oktober); Europese Raad bespreekt uitbreiding en hervorming (16 oktober)

Bronnen

Bijgewerkt op 23 oktober 2026.